© e-design - Jan Engelblik
Stinzentuin Mildenburg

Maart

Anemone blanda - Oosterse

anemoon

Boeitijd: maart / april De oosterse anemoon (Anemone blanda) is een kruidachtige plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).De plant wordt 10–20 cm hoog en heeft een knolvormige wortelstok.De bloem heeft acht tot veertien donkerblauw tot blauwviolette bloemdekbladeren. Er komt ook een witte variëteit voor. De wortelbladeren zijn van boven zwak behaard. De bloeitijd valt in maart en april. De soort komt van nature voor in Zuid-Europa in Griekenland en Turkije, maar als verwilderde sierplant komt de plant ook in Midden- en West-Europa voor.

Anemone vestal

Boeitijd: maart / april De vestal ziet er anders uit dan de gewone nemerosa, omdat de meeldraden kelkbladen geworden zijn

Stengelloze sleutelbloem

Boeitijd: maart / mei De stengelloze sleutelbloem (Primula vulgaris) is een plant uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae). Het is een zeer zeldzame soort die groeit op grazige plaatsen, bijvoorbeeld in de duinen en in Drenthe. De plant bloeit al voordat de bladeren aan de bomen komen. In tegenstelling tot andere sleutelbloemen heeft het scherm van bloemen bij deze soort geen lange steel.
TOP

Vroege roze sterhyacint

Scilla bifolia rosea - Aspergefamilie Bloeitijd: maart - april De vroege sterhyacint (Scilla bifolia) is een plant uit de aspergefamilie (Asparagaceae). In Nederland is ze een stinzenplant, die vooral in het Noorden van Nederland in het wild en op buitenplaatsen in loofbossen op vruchtbare grond voorkomt. De vroege sterhyacint lijkt veel op de Oosterse sterhyacint (Scilla siberica), maar bij deze laatste staan de bloemen niet omhoog, maar knikken ze. De plant komt van oorsprong voor in Midden- en Zuid- Europa en in Klein-Azië. In België is de plant inheems in de streek tussen Samber en Maas.

Prachtframboos

Rozenfamilie Bloeitijd: maart - mei De prachtframboos (Rubus spectabilis) is een zachtfruitsoort, die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). De prachtframboos komt van nature voor in de bossen en langs de rivieren van de kuststreken van Alaska tot Noord-Californië. De planten vormen vaak op open plekken tussen Amerikaanse elzen (Alnus rubra) een dicht struikgewas. De oorspronkelijk uit Noord-Amerika afkomstige prachtframboos komt ook in Nederland voor, in parken en in buitenplaatsen, zij het dat de plant hier zeldzaam is. De plant wordt ook aangeplant.

Keizerskroon

Fritillaria imperialis - Leliefamilie Bloeitijd: maart - mei De keizerskroon (Fritillaria imperialis) is een plant uit de leliefamilie (Liliaceae). Een bekende verwant is de kievitsbloem (Fritillaria meleagris). Boven op de bol zit in het midden een opvallende holte, waar de stengel uit groeit. De keizerskroon komt in het wild voor van het zuiden van Klein-Azië, via Noord-Iran tot in Afghanistan en Pakistan. De plant wordt in Europa al bijna vierhonderd jaar gekweekt, nadat hij in de zestiende eeuw vanuit Turkije in Wenen in Europa is geïntroduceerd.

Tulipa Turkestanica

Tulpenfamilie - Liliaceae Bloeitijd: maart - mei Komt uit Centraal Azië en wordt o.a. gevonden in Kazachstan, Uzbekistan, Turkestan en in NW China

Paarbladig goudveil

Chrysosplenium oppositfolium - steenbreekfamilie Bloeitijd: maart - mei Een tot bronmilieus en beekjes beperkt voorkomen kent het zeldzame Paarbladig Goudveil, Chrysosplenium oppositifolium. De tere planten hechten met hun klein wortelstokachtige wortelstelsel in de oppervlakte van de zachte bron- of beekbodem. Aan de vierkantige stengels staan de halfronde een beetje niervormige bladeren tegenover elkaar. Tijdens de bloei is de gele kleur van de helmknoppen van de meeldraden en de goudgele glans van de kelkbladen en omgevende schutbladen bepalend.

Gevlekte dovenetel

Lamium purpureum - Lipbloemigen Bloeitijd: maart - september De plant breidt zich uit via worteldoorlopers, maar ook bijen zorgen voor verspreiding.

*Longkruid, Iris danfordiae en Lenteklokje: zie februari

Paarse schubwortel

- Lathraea -

Orobanchaceae - bremraapfamilie Bloeitijd: maart - april - mei De paarse schubwortel stond niet direct in de stinzentuin, maar bij de bosvijver, in een greppeltje. Ze vormt geen chlorophyl is, parasitair en groeit op wortels van hazelaar en els. Ze onderscheidt zich van de bremrapen (orobanche) door een wortelstok met vlezige schubben en de klokvormige kelk met 4 gelijke lippen (zie foto) De witachtige wortelstokken worden bedekt door dikke vlezige schubachtige bladeren, waarin onregelmatige putjes zitten. In deze putjes zitten harde haren, die bij aanraking door een insect als een val werken. Vervolgens worden deze insecten gedood en verteerd. De bladeren zitten net onder de grond en vormen waterdruppels, waardoor de grond om het blad zacht wordt. Helaas werd i.v.m. de waterhuishouding de greppel uitgegraven en is de schubwortel verdwenen. Hij komt nog wel op meerdere plaatsen in het Mildenburgerbos voor. Na vruchtzetting verdwijnt het bovenste deel van de plant tot de volgende lente. Bron: Wikipedia

Armbloemig look

Allium paradoxum Bloeitijd: maart - juni Armbloemig look (Allium paradoxum) is een bolgewas dat behoort tot de lookfamilie. In Nederland komt armbloemig look als stinsenplant voor en in de loofbossen aan de binnenduinrand. De bloem hangt, in tegenstelling tot daslook, aan een arm. (stengel) Van nature komt armbloemig look voor in Zuidwest-Azië in de Kaukasus, de bergen van Centraal-Azië en Noord-Iran.

Vingerhelmbloem

Corydalis solida - papaverfamilie Bloeitijd: maart - april Vingerhelmbloem is een bloeier in het vroege voorjaar. De plant heeft een tros met licht paarsrode tot witte bloemen. Deze zijn tweezijdig symmetrisch en hebben de vorm van een helm. Ze hebben ook een spoor met nectar. Onder elke bloem zit een schutblad dat vingervormig is ingesneden. De kleur van de bladeren en stengel is wasachtig blauwgroen. Ondergronds is een knol te vinden waaruit vroeg in het voorjaar de stengel tevoorschijn komt. De knol is sponsachtige gevuld.
Vrijwilligers Zuid-Hollands Landschap
Hoepelrok narcis narcissus bulbocodium De hoepelrok doet het geweldig in de tuin. Een historisch bolgewas. De hoepelroknarcis komt van nature voor in Spanje, Portugal, Zuidwest–Frankrijk, Marokko en Algerije. De soort komt voor in struikgewassen, rotsvelden en bergweiden
Stinzentuin Mildenburg

Maart

Anemone blanda - Oosterse anemoon

Boeitijd: maart / april De oosterse anemoon (Anemone blanda) is een kruidachtige plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De plant wordt 10–20 cm hoog en heeft een knolvormige wortelstok.De bloem heeft acht tot veertien donkerblauw tot blauwviolette bloemdekbladeren. Er komt ook een witte variëteit voor. De wortelbladeren zijn van boven zwak behaard. De bloeitijd valt in maart en april.De soort komt van nature voor in Zuid-Europa in Griekenland en Turkije, maar als verwilderde sierplant komt de plant ook in Midden- en West-Europa voor.

Anemone vestal

Boeitijd: maart / april De vestal ziet er anders uit dan de gewone nemerosa, omdat de meeldraden kelkbladen geworden zijn.

Armbloemig look

Allium paradoxum Bloeitijd: maart - juni Armbloemig look (Allium paradoxum) is een bolgewas dat behoort tot de lookfamilie. In Nederland komt armbloemig look als stinsenplant voor en in de loofbossen aan de binnenduinrand. De bloem hangt, in tegenstelling tot daslook, aan een arm. (stengel) Van nature komt armbloemig look voor in Zuidwest-Azië in de Kaukasus, de bergen van Centraal-Azië en Noord-Iran.

Prachtframboos

Rozenfamilie Bloeitijd: maart - mei De prachtframboos (Rubus spectabilis) is een zachtfruitsoort, die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). De prachtframboos komt van nature voor in de bossen en langs de rivieren van de kuststreken van Alaska tot Noord-Californië. De planten vormen vaak op open plekken tussen Amerikaanse elzen (Alnus rubra) een dicht struikgewas. De oorspronkelijk uit Noord- Amerika afkomstige prachtframboos komt ook in Nederland voor, in parken en in buitenplaatsen, zij het dat de plant hier zeldzaam is. De plant wordt ook aangeplant.

Keizerskroon

Fritillaria imperialis - Leliefamilie Bloeitijd: maart - mei De keizerskroon (Fritillaria imperialis) is een plant uit de leliefamilie (Liliaceae). Een bekende verwant is de kievitsbloem (Fritillaria meleagris). Boven op de bol zit in het midden een opvallende holte, waar de stengel uit groeit. De keizerskroon komt in het wild voor van het zuiden van Klein- Azië, via Noord-Iran tot in Afghanistan en Pakistan. De plant wordt in Europa al bijna vierhonderd jaar gekweekt, nadat hij in de zestiende eeuw vanuit Turkije in Wenen in Europa is geïntroduceerd.

Paarbladig goudveil

Chrysosplenium oppositfolium - steenbreekfamilie Bloeitijd: maart - mei Een tot bronmilieus en beekjes beperkt voorkomen kent het zeldzame Paarbladig Goudveil, Chrysosplenium oppositifolium. De tere planten hechten met hun klein wortelstokachtige wortelstelsel in de oppervlakte van de zachte bron- of beekbodem. Aan de vierkantige stengels staan de halfronde een beetje niervormige bladeren tegenover elkaar. Tijdens de bloei is de gele kleur van de helmknoppen van de meeldraden en de goudgele glans van de kelkbladen en omgevende schutbladen bepalend.

Vingerhelmbloem

Corydalis solida - papaverfamilie Bloeitijd: maart - april Vingerhelmbloem is een bloeier in het vroege voorjaar. De plant heeft een tros met licht paarsrode tot witte bloemen. Deze zijn tweezijdig symmetrisch en hebben de vorm van een helm. Ze hebben ook een spoor met nectar. Onder elke bloem zit een schutblad dat vingervormig is ingesneden. De kleur van de bladeren en stengel is wasachtig blauwgroen. Ondergronds is een knol te vinden waaruit vroeg in het voorjaar de stengel tevoorschijn komt. De knol is sponsachtige gevuld.
TOP

*Longkruid, Iris danfordiae en Lenteklokje: zie februari

Paarse schubwortel - Lathraea

Orobanchaceae - bremraapfamilie Bloeitijd: maart - april - mei De paarse schubwortel stond niet direct in de stinzentuin, maar bij de bosvijver, in een greppeltje. Ze vormt geen chlorophyl is, parasitair en groeit op wortels van hazelaar en els. Ze onderscheidt zich van de bremrapen (orobanche) door een wortelstok met vlezige schubben en de klokvormige kelk met 4 gelijke lippen (zie foto) De witachtige wortelstokken worden bedekt door dikke vlezige schubachtige bladeren, waarin onregelmatige putjes zitten. In deze putjes zitten harde haren, die bij aanraking door een insect als een val werken. Vervolgens worden deze insecten gedood en verteerd. De bladeren zitten net onder de grond en vormen waterdruppels, waardoor de grond om het blad zacht wordt. Helaas werd i.v.m. de waterhuishouding de greppel uitgegraven en is de schubwortel verdwenen. Hij komt nog wel op meerdere plaatsen in het Mildenburgerbos voor. Na vruchtzetting verdwijnt het bovenste deel van de plant tot de volgende lente. Bron: Wikipedia

Vroege roze sterhyacint

Scilla bifolia rosea - Aspergefamilie Bloeitijd: maart - april In Nederland is ze een stinzenplant, die vooral in het Noorden van Nederland in het wild en op buitenplaatsen in loofbossen op vruchtbare grond voorkomt. De vroege sterhyacint lijkt veel op de Oosterse sterhyacint (Scilla siberica), maar bij deze laatste staan de bloemen niet omhoog, maar knikken ze. De plant komt van oorsprong voor in Midden- en Zuid-Europa en in Klein-Azië. In België is de plant inheems in de streek tussen Samber en Maas.
Vrijwilligers Zuid-Hollands Landschap
Hoepelrok narcis - narcissus bulbocodium De hoepelrok doet het geweldig in de tuin. Een historisch bolgewas. De hoepelroknarcis komt van nature voor in Spanje, Portugal, Zuidwest–Frankrijk, Marokko en Algerije. De soort komt voor in struikgewassen, rotsvelden en bergweiden

Stengelloze sleutelbloem

Boeitijd: maart / mei De stengelloze sleutelbloem (Primula vulgaris) is een plant uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae). Het is een zeer zeldzame soort die groeit op grazige plaatsen, bijvoorbeeld in de duinen en in Drenthe. De plant bloeit al voordat de bladeren aan de bomen komen. In tegenstelling tot andere sleutelbloemen heeft het scherm van bloemen bij deze soort geen lange steel.