© e-design - Jan Engelblik
Stinzentuin Mildenburg

Februari

Hazelaar

Bloeitijd: januari - maart De hazelaar is een "naaktbloeier": de plant bloeit als deze nog geen bladeren heeft. De hazelaar is voor de bestuiving afhankelijk van de wind. Aan de hazelaar zitten de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De mannelijke bloemen zitten in katjes en zijn al in de zomer aanwezig in de oksels van de bladeren. Ze gaan pas bloeien in januari. De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier stuks in een klein knopje bij elkaar. Tijdens de bloei zijn alleen de rode stijlen met de stempels te zien.

Krokus Sieberi

Crocus sieberi Boeitijd: febtuari - maart Krokus (Crocus) is een geslacht uit de lissenfamilie (Iridaceae), dat 90 soorten omvat. Hiervan is circa een derde deel herfstbloeier. De krokussen zijn vooral afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Het grootste aantal soorten zijn afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië, met uitzondering van Crocus vernus (L.) Hill, die men tot Centraal-Europa aantreft (Alpen en Karpaten), en een paar soorten zoals Crocus alatavicus Semenova & Reg. en Crocus korolkowii Regel ex Maw, die afkomstig zijn uit de bergen van Centraal-Azië.

Krokus Tommasinianus

Boerenkrokus

Bloeitijd: februari maart Oorspronkelijk uit de Balkan (Servië, Montenegro, Hongarije en het noordwesten van Bulgarije). Ingeburgerd in enkele West-Europese landen en in Noord-Amerika.

Sneeuwklokje

Galanthus Woronowi

(Glanzend sneeuwklokje)

Bloeitijd: januari - maart Is de determinatie nog steeds niet echt duidelijk, dan kan een dwarsdoorsnede van het blad uitkomst bieden. Onder een microscoop of een vergrootglas is een duidelijk verschil te zien. Galanthus ikariae heeft grote luchtzakken tussen de cellen en de eigenlijke cellen liggen niet in een vast patroon. Bij Galanthus woronowii ontbreken die luchtzakjes.

Sneeuwklokje

Galanthus Nivalis veridipice

Bloeitijd: januari - maart Het bijzondere van deze soort is dat de buitenste bloemblaadjes groene punten hebben. Normaal gesproken hebben alleen de binnenste bloemblaadjes een groen merkje. Je komt overigens allerlei spellingsvarianten tegen voor de naam van dit sneeuwklokje

Sneeuwklokje

Galanthus Nivalis Flore Pleno

Bloeitijd: januari - maart

Wrangwortel - Helleborus viridis

Bloeitijd: februari maart De wrangwortel werd lang als medicinale en veterinaire plant in klooster- en andere tuinen gekweekt. De zaden, die een mierenbroodje hebben, worden door mieren verspreid. Zo geraakte de plant door de eeuwen heen verwilderd in de aanliggende streken. De grenzen van haar natuurlijke verspreiding zijn niet met zekerheid gekend. Misschien is zij slechts oorspronkelijk wild in de Pyreneeën en het Cantabrisch Gebergte. De plant komt voor op vochtige, kalkhoudende grond bij voorkeur in de halfschaduw van loofbossen. In de Pyreneeën treft men die plant aan tot een hoogte van 1800 m.

Scilla mischstchenkoana

Streephyacint

Bloeitijd: februari maart De plant komt van nature voor in de Kaukasus en Zuid- Rusland. In 1931 of 1936 introduceerde het Nederlandse bollenbedrijf Van Tubergen deze plant in tuinen in West- Europa. De plant wordt daarom vaak aangeduid als Scilla mischtschenkoana 'Tubergeniana', alsof het een cultivar zou zijn of zelfs als Scilla tubergeniana, alsof het een andere soort zou zijn. Bloemdekslippen niet vergroeid en heeft lange meeldraden. Kan verward worden met de buishyacint. (Puskinia scilloides)

Longkruid

Bloeitijd: februari - april Longkruid is er met gevlekte baderen (Pulmonario officinalis) en met bladeren zonder vlekken (Pulmonaria obscura) De zilveren vlekken op het blad worden veroorzaakt door een luchtlaag tussen bladmoes en opperhuid.

Stinkend nieskruid

Bloeitijd: februari - maart Stinkend nieskruid (Helleborus foetidus) is een groenblijvend overblijvend kruid uit het geslacht nieskruid (Helleborus) van de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). Het is de enige soort die wordt ingedeeld in de sectie Griphopus. De geur van de lichtgroene bloemen, wanneer deze worden aangeraakt, is niet aangenaam. Dit geldt nog sterker wanneer de bladeren worden fijngewreven.

Gele krokus - angustifolius

Bloeitijd: februari - maart Inheems op de Krim
TOP Iris danfordiae Iridaceae Bloeitijd: februari - maart Danford’s iris. Komt uit Zuid Turkije en groeit in het Taurus gebergte. De iris werd geïntroduceerd in 1876 door mw. C.G. Danford, een Engelse plantenzoekster, die de plant vond in Cilicia / Tukije

Lenteklokje

Bloeitijd: februari maart Het lenteklokje (Leucojum vernum) is een bolgewas uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae). Het is een van de twee soorten uit het geslacht Leucojum. Uit een rozet van smalle bladeren komt een circa 20 cm hoge bloemstengel. Uit de bloemstengel komen één, soms twee, bolvormig knikkende bloemen. Hierin onderscheidt de soort zich van het zeldzamere en beschermde zomerklokje (Leucojum aestivum), dat meestal meer dan twee bloemen per stengel heeft. De bloemen zijn wit en iets breder (2-2,5 cm) dan die van het sneeuwklokje. Zij verschillen van het sneeuwklokje doordat alle zes de tepalen (bloemdekbladen) even groot zijn. De tepalen hebben een groene vlek, die geelachtig is bij exemplaren uit het oosten van het verspreidingsgebied.
Vrijwilligers Zuid-Hollands Landschap

Iris Reticulata

Iridaceae Bloeitijd: februari - maart ris reticulata behoort tot de Lissenfamilie en is een kleine, vroegbloeiende iris. De plant bloeit van half februari tot eind maart met blauwe, geurende bloemen. Deze soort is afkomstig uit de Kaukasus en Palestina en groeit daar hoog in de bergen. De plant vormt een bol. De bloem bestaat uit zes bloembladen, die vanonder met elkaar vergroeid zijn tot de bloemdekbuis. Er zijn drie meeldraden, waarvan de helmdraden zijn vergroeid met de bloemdekbuis. Het vruchtbeginsel is onderstandig. De meeldraden zijn eerder rijp dan de stamper (protandrisch)
Puschkinia scilloides buishyacint Bloeitijd: februari - maart Puschkinia kent slechts één soort en is in 1805 gevonden door en vernoemd naar de Russische graaf Apollo Apollosovish Mussin-Pushkin. De Nederlandse naam voor Puschkinia is wat makkelijker uit te spreken, namelijk Buishyacint. De Puschkinia is een rijk bloeiend bolgewasje dat op de Scilla mischtschenkoana lijkt. De bloemstelen van de Puschkinia tellen echter mee. Bloemdekslippen deels vergroeid. De meeldraden zijn kort en vormen een kokertje (corolla).
Stinzentuin Mildenburg

Februari

Lenteklokje

Bloeitijd: februari maart Het lenteklokje (Leucojum vernum) is een bolgewas uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae). Het is een van de twee soorten uit het geslacht Leucojum. Uit een rozet van smalle bladeren komt een circa 20 cm hoge bloemstengel. Uit de bloemstengel komen één, soms twee, bolvormig knikkende bloemen. Hierin onderscheidt de soort zich van het zeldzamere en beschermde zomerklokje (Leucojum aestivum), dat meestal meer dan twee bloemen per stengel heeft. De bloemen zijn wit en iets breder (2-2,5 cm) dan die van het sneeuwklokje. Zij verschillen van het sneeuwklokje doordat alle zes de tepalen (bloemdekbladen) even groot zijn. De tepalen hebben een groene vlek, die geelachtig is bij exemplaren uit het oosten van het verspreidingsgebied.

Sneeuwklokje

Galanthus Woronowi

(Glanzend sneeuwklokje)

Bloeitijd: januari - maart Is de determinatie nog steeds niet echt duidelijk, dan kan een dwarsdoorsnede van het blad uitkomst bieden. Onder een microscoop of een vergrootglas is een duidelijk verschil te zien. Galanthus ikariae heeft grote luchtzakken tussen de cellen en de eigenlijke cellen liggen niet in een vast patroon. Bij Galanthus woronowii ontbreken die luchtzakjes.

Sneeuwklokje

Galanthus Nivalis veridipice

Bloeitijd: januari - maart

Sneeuwklokje Galanthus

Nivalis Flore Pleno

Bloeitijd: januari - maart

Wrangwortel - Helleborus

viridis

Bloeitijd: februari maart De wrangwortel werd lang als medicinale en veterinaire plant in klooster- en andere tuinen gekweekt. De zaden, die een mierenbroodje hebben, worden door mieren verspreid. Zo geraakte de plant door de eeuwen heen verwilderd in de aanliggende streken. De grenzen van haar natuurlijke verspreiding zijn niet met zekerheid gekend. Misschien is zij slechts oorspronkelijk wild in de Pyreneeën en het Cantabrisch Gebergte. De plant komt voor op vochtige, kalkhoudende grond bij voorkeur in de halfschaduw van loofbossen. In de Pyreneeën treft men die plant aan tot een hoogte van 1800 m.

Longkruid

Bloeitijd: februari - april Longkruid is er met gevlekte baderen (Pulmonario officinalis) en met bladeren zonder vlekken (Pulmonaria obscura) De zilveren vlekken op het blad worden veroorzaakt door een luchtlaag tussen bladmoes en opperhuid.

Stinkend nieskruid

Bloeitijd: februari - maart Stinkend nieskruid (Helleborus foetidus) is een groenblijvend overblijvend kruid uit het geslacht nieskruid (Helleborus) van de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). Het is de enige soort die wordt ingedeeld in de sectie Griphopus. De geur van de lichtgroene bloemen, wanneer deze worden aangeraakt, is niet aangenaam. Dit geldt nog sterker wanneer de bladeren worden fijngewreven.

Gele krokus - angustifolius

Bloeitijd: februari - maart Inheems op de Krim

Iris danfordiae

Iridaceae Bloeitijd: februari - maart Danford’s iris. Komt uit Zuid Turkije en groeit in het Taurus gebergte. De iris werd geïntroduceerd in 1876 door mw. C.G. Danford, een Engelse plantenzoekster, die de plant vond in Cilicia / Tukije.
TOP

Krokus Tommasinianus

Boerenkrokus

Bloeitijd: januari, februari, maart Oorspronkelijk uit de Balkan (Servië, Montenegro, Hongarije en het noordwesten van Bulgarije). Ingeburgerd in enkele West-Europese landen en in Noord-Amerika.

Krokus Sieberi

Crocus sieberi Boeitijd: febtuari - maart Krokus (Crocus) is een geslacht uit de lissenfamilie (Iridaceae), dat 90 soorten omvat. Hiervan is circa een derde deel herfstbloeier. De krokussen zijn vooral afkomstig uit de bergen rond de Middellandse Zee. Het grootste aantal soorten zijn afkomstig uit de Balkan en Klein-Azië, met uitzondering van Crocus vernus (L.) Hill, die men tot Centraal-Europa aantreft (Alpen en Karpaten), en een paar soorten zoals Crocus alatavicus Semenova & Reg. en Crocus korolkowii Regel ex Maw, die afkomstig zijn uit de bergen van Centraal-Azië.

Iris Reticulata

Iridaceae Bloeitijd: februari - maart de iris reticulata behoort tot de Lissenfamilie en is een kleine, vroegbloeiende iris. De plant bloeit van half februari tot eind maart met blauwe, geurende bloemen. Deze soort is afkomstig uit de Kaukasus en Palestina en groeit daar hoog in de bergen. De plant vormt een bol. De bloem bestaat uit zes bloembladen, die vanonder met elkaar vergroeid zijn tot de bloemdekbuis. Er zijn drie meeldraden, waarvan de helmdraden zijn vergroeid met de bloemdekbuis. Het vruchtbeginsel is onderstandig. De meeldraden zijn eerder rijp dan de stamper (protandrisch)

Scilla mischstchenkoana

Streephyacint

Bloeitijd: februari maart De plant komt van nature voor in de Kaukasus en Zuid-Rusland. In 1931 of 1936 introduceerde het Nederlandse bollenbedrijf Van Tubergen deze plant in tuinen in West-Europa. De plant wordt daarom vaak aangeduid als Scilla mischtschenkoana 'Tubergeniana', alsof het een cultivar zou zijn of zelfs als Scilla tubergeniana, alsof het een andere soort zou zijn. Bloemdekslippen niet vergroeid en heeft lange meeldraden. Kan verward worden met de buishyacint. (Puskinia scilloides)
Puschkinia scilloides buishyacint Bloeitijd: februari - maart Puschkinia kent slechts één soort en is in 1805 gevonden door en vernoemd naar de Russische graaf Apollo Apollosovish Mussin- Pushkin. De Nederlandse naam voor Puschkinia is wat makkelijker uit te spreken, namelijk Buishyacint. De Puschkinia is een rijk bloeiend bolgewasje dat op de Scilla mischtschenkoana lijkt. De bloemstelen van de Puschkinia tellen echter mee. Bloemdekslippen deels vergroeid. De meeldraden zijn kort en vormen een kokertje (corolla).
Vrijwilligers Zuid-Hollands Landschap

Hazelaar

Bloeitijd: januari / maart De hazelaar is een "naaktbloeier": de plant bloeit als deze nog geen bladeren heeft. De hazelaar is voor de bestuiving afhankelijk van de wind. Aan de hazelaar zitten de mannelijke en de vrouwelijke bloeiwijzen apart. De mannelijke bloemen zitten in katjes en zijn al in de zomer aanwezig in de oksels van de bladeren. Ze gaan pas bloeien in januari. De vrouwelijke bloemen zitten met drie tot vier stuks in een klein knopje bij elkaar. Tijdens de bloei zijn alleen de rode stijlen met de stempels te zien.
Het bijzondere van deze soort is dat de buitenste bloemblaadjes groene punten hebben. Normaal gesproken hebben alleen de binnenste bloemblaadjes een groen merkje. Je komt overigens allerlei spellingsvarianten tegen voor de naam van dit sneeuwklokje